Wie mag er als eerste rijden? Deze lastige verkeerspuzzel brengt zelfs ervaren automobilisten aan het twijfelen!
Stories

Wie mag er als eerste rijden? Deze lastige verkeerspuzzel brengt zelfs ervaren automobilisten aan het twijfelen!

Bij deze auto moeten we eerst vaststellen of de bestuurder een voorrangskruising nadert of op een gelijkwaardig kruispunt rijdt.


Als er haaientanden of een bord staan dat aangeeft dat de bestuurder voorrang moet verlenen, moet hij het verkeer op de voorrangsweg laten voorgaan.

Maar als er geen voorrangstekens zijn, kan de situatie anders liggen.

Ook de exacte rijrichting is belangrijk. Een bestuurder die links afslaat, kan te maken krijgen met andere voorrangsregels dan een bestuurder die rechtdoor rijdt.

Daarom is het niet voldoende om alleen te weten dat auto A rood is of vanaf een zijweg komt.


Auto B: de blauwe auto

Auto B is blauw en rijdt volgens de beschrijving rechtdoor.

Veel mensen denken dat een bestuurder die rechtdoor rijdt altijd voorrang heeft op iemand die afslaat. Dat is te algemeen.

De regel over rechtdoorgaand verkeer heeft betrekking op specifieke verkeerssituaties. In Nederland geldt onder meer dat bestuurders die afslaan, verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoetkomt of zich naast, dan wel dicht achter hen bevindt, voor moeten laten gaan als dat verkeer rechtdoor gaat.


Dat betekent niet automatisch dat iedere rechtdoorgaande auto op een kruispunt voorrang heeft op alle afslaande auto’s.

Bij auto B moeten we daarom nagaan:

  • Op welke weg rijdt de bestuurder?

  • Is er sprake van een voorrangskruising?

  • Komt de auto op een gelijkwaardig kruispunt van rechts of links?

  • Kruist de route van auto B daadwerkelijk de route van een andere bestuurder?

  • Zijn er verkeersborden of wegmarkeringen die de normale voorrangsregels veranderen?

Pas wanneer deze vragen zijn beantwoord, kunnen we de voorrangssituatie correct beoordelen.


Auto C: de gele auto

Auto C is geel en komt volgens de beschrijving van rechts. De bestuurder wil rechtdoor rijden of afslaan, afhankelijk van de route die in de afbeelding wordt getoond.

Op een gelijkwaardig kruispunt geldt in Nederland in beginsel dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders die van rechts komen.

Maar ook hier is voorzichtigheid nodig.


Als er verkeersborden of verkeerstekens zijn die een voorrangssituatie regelen, kan de normale regel van rechts wijken voor de aangegeven voorrangssituatie.

Ook is het belangrijk om te controleren of de voertuigen daadwerkelijk op een gelijkwaardig kruispunt rijden en welke bewegingen ze precies uitvoeren.

Alleen op basis van de kleur van de auto of de positie aan de rechterkant van een afbeelding kan de volledige voorrangsvolgorde niet betrouwbaar worden vastgesteld.

3. De belangrijkste verkeersregels die je moet kennen


Om verkeerspuzzels op te lossen, hoef je niet iedere verkeersregel uit je hoofd te kennen. Het helpt wel om enkele basisprincipes goed te begrijpen.

Regel 1: verkeer van rechts op een gelijkwaardig kruispunt

In Nederland moeten bestuurders op gelijkwaardige kruispunten in beginsel voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen.

Een gelijkwaardig kruispunt is een kruispunt waarop de voorrang niet op een andere manier wordt geregeld door bijvoorbeeld verkeersborden, haaientanden of verkeerslichten.


Stel dat je een kruispunt nadert en er komt een andere auto van rechts. Als er geen afwijkende voorrangsregeling geldt, moet je die bestuurder in beginsel voor laten gaan.

Let op: dit is de hoofdregel voor bestuurders op gelijkwaardige kruispunten. Voor bijzondere situaties gelden aanvullende regels.

Regel 2: verkeersborden en haaientanden kunnen bepalend zijn

Verkeersborden en wegmarkeringen kunnen aangeven dat je voorrang moet verlenen of juist voorrang hebt ten opzichte van verkeer op een andere weg.

Klik hieronder op de knop Verder lezen om door te lezen.

Verder lezen
Pagina 2 van 5

Reacties (0)

Alleen tekst — links en telefoonnummers zijn niet toegestaan.

Reactie plaatsen